Historie

De Eveleensen zijn een bekende, grote Aalsmeerse familie. In de archieven wordt al een huwelijk vermeld in 1705. De werkgroep genealogie van de stichting Oud-Aalsmeer geeft als meest geloofwaardige verklaring voor de ongewone naam op: het gebruik van het stopwoord “‘t Is mij eveliens” d.i. het is mij om het even.
- Aan het eind van de achttiende eeuw was vrijwel de gehele familie Doopsgezind.

De vader van Gerrit Eveleens werd geboren in 1885 in Aalsmeer en was daar beroepsvisser. Hij had 5 broers, op twee na allen vissers. Wie voor de visserij niet geschikt was, kon kleermaker worden. Hij verhuisde in 1930 naar Burgerveen en begon daar voor zichzelf als rozenkweker. Hij huurde land van een boer en kweekte op 1000 m rozen onder glas. Hij heeft dat 10 jaar gedaan, maar keerde, onder invloed van de crisistijd, toch weer terug tot visserij. Hij werkte nog met katoenen fuiken die op palen gedroogd, gerepareerd (geboet) en getaand moesten worden. Tegenwoordig is het materiaal nylon.

In datzelfde jaar werd zoon Gerrit geboren, de huidige eigenaar. Hij herinnert zich nog dat hij bij zijn grootouders in Aalsmeer op bezoek ging, die daar op de Helling woonden. Daar liep hij dan vanuit Burgerveen naar toe. Alles ging vroeger te voet, fietsen waren er niet. Ook naar school ging hij lopend. Dat was School 7, op de hoek van de Aalsmeerderweg en de Bennebroekerweg. Het hoofd was meester Van der Oort, die wel nationaalsocialist was maar geen bezwaar had dat bij de geboorte van prinses Beatrix in 1937 beschuit met muisjes gegeten werd! Gerrit heeft nog een huurovereenkomst met de gemeente Aalsmeer voor eigen visgronden op de plas. Maar de palingfuiken die hij daar heeft, dat is meer hobbywerk. Van de dertien beroepsvissers die je vroeger onder Aalsmeer had, zijn er nu nog twee over. Gewone zoetwatervis wordt nauwelijks meer gegeten. Gerrit zegt daarover: “De mensen hebben thuis keukens van € 10.000, maar werken erin doen ze niet. Ze zijn bang dat het vet wordt en dan moeten ze schoonmaken. Daar hebben ze geen zin in. De maaltijden komen uit de diepvries en worden klaargemaakt in de magnetron.”

Eveleens herinnert zich hoe in de hongerwinter drommen mensen aan de wal stonden te bedelen om een maaltje vis. Hij laat een krantenbericht zien uit 1941, waarin de door de overheid vastgestelde verkoopprijzen staan. Verkocht je daarboven, dan was je een zwarthandelaar.

Op de foto uit 1950 waarop het drogen van de netten op palen te zien is, staan zijn broers Piet (links) en Jan Eveleens (rechts). Zij verdronken tijdens het vissen toen hun roeiboot volliep. Het gebeurde op 24 december 1951 bij een watertemperatuur van 3ºC. De jongens waren nog maar 24 en 19 jaar.

De grote netten op deze foto zijn palingkeernetten. Men gebruikte er vroeger 13 stuks, verspreid over de hele lengte (63 km) van de Ringvaart. Daarmee werd de hele breedte van de Ringvaart afgesloten. De fuiken stonden er haaks op. De bedoeling was dat de paling bij de netten zou omkeren en in de fuiken zou zwemmen. Dit gebeurde ’s nachts in de periode van juli tot oktober als de paling naar zee trekt. Je moest erbij blijven, want als er een boot voorbijkwam, moest je de netten op de bodem laten zakken.

In 1959 is zoon Gerrit voor zichzelf begonnen in een pand naast dat van zijn vader. Omdat de visserij terugliep, begon hij ook een snoekkwekerij. Dat was bedoeld om snoek uit te zetten in de Nederlandse binnenwateren teneinde de visstand op peil te houden. Dat heeft hij 18 seizoenen (maart-juli) gedaan. Als bijverdienste ving hij meervallen die hij leverde aan aquaria en dierentuinen. Tegelijk is hij de rokerij begonnen. In het begin moest hij zijn best doen om een naam op te bouwen. Tien jaar lang heeft hij paling gevent op de bloemenveiling in Aalsmeer. Ook stond hij op kermissen in de omgeving. Op die manier is de zaak gaan lopen. Toen zijn vader overleed in 1961, heeft dat bedrijf een jaar of tien stilgelegen, totdat zijn jongste broer Dirk erin stapte. Vandaar dat er nu twee rokerijen Eveleens naast elkaar staan: van Gerrit en Dirk. In 1988 is voor de rokerij het huidige moderne pand gebouwd dat aan alle voorschriften op het gebied van hygiëne voldoet (bijv. tegels, afgeronde plinten). De oude rokerij, achter zijn woonhuis, onderaan de klugt, wordt nu gebruikt voor opslag.

E.D. (fragm. MH sept. 2002)